waterpompwijzerVergelijk pomptypes ↗
Algemeen

Welke waterpomp heb je nodig?

Kies eerst wat je met het water wilt doen en welk water je gebruikt. Controleer daarna hoeveel water de pomp bij de benodigde druk moet leveren. Pas vervolgens de bediening, slangen en opstelling daarop aan. Alleen maximale liters of een hoog wattage zijn niet genoeg.

Bijgewerkt op

Miniatuuropstelling met waterbekken, sproeier, slang en regenton voor verschillende watertoepassingen
Afvoeren of met druk leveren.
Klus
Benodigde hoeveelheid bij de vereiste druk.
Werkpunt
Bron, slangen en regeling samen beoordelen.
Opstelling

Wat wil je met het water doen?

Wil je water kwijt of wil je het ergens voor gebruiken? Dat verschil bepaalt welke pompsoort je nodig hebt. Bij een ondergelopen kelder gaat het om afvoeren. Voor een sproeier wil je niet alleen voldoende water, maar ook genoeg druk om goed te sproeien. Een pomp met een grote afvoercapaciteit kan daarvoor toch ongeschikt zijn.

Begin bij jouw klus
Wat wil je doen?Welke richting past?Wat bepaalt de verdere keuze?
Water wegpompenAfvoer-dompelpompVuil in het water, afvoerroute en hoeveel water mag achterblijven.
Tuin sproeien vanuit een bronBeregeningspompDruk en waterverbruik van de sproeiers, plus de leidingroute.
Water leveren zodra een kraan opentAutomatische drukpomp of hydrofoorWaterafname, regeling en de geschikte bron.
Water uit een diepe, smalle put halenBronpompBronbuis, laagste waterniveau en de benodigde druk boven de grond.
Een regenton gebruikenRegentonpompTonopening, bediening en waterbehoefte van slang of sproeier.

‘Dompelpomp’ vertelt op zichzelf nog niet of je ermee kunt sproeien. Een gewone afvoerpomp en een onderwaterdrukpomp kunnen allebei in het water staan, maar hebben een andere taak. Water laten rondgaan door een verwarming, vijverfilter of zwembad is weer een eigen toepassing. Gebruik daarvoor de bijbehorende gids bij soorten waterpompen.

Welke bron en welk water gebruik je?

Kijk eerst naar wat er werkelijk in het water zit. Helder regenwater vraagt iets anders dan water met zand, bladeren of slib. Controleer welke vloeistof en deeltjes de gekozen uitvoering mag verpompen. Een vuilwaterpomp is niet automatisch geschikt voor fecaliën. En een schoonwaterpomp maakt water niet geschikt om te drinken.

Bij een pomp boven het water telt de verticale afstand tussen de pomp en het wateroppervlak. Meet niet tot de putbodem. Houd rekening met het laagste niveau tijdens het pompen: een bron kan dan verder zakken dan je in rust ziet. Ook de aanzuigleiding beïnvloedt of de pomp nog goed werkt. Vergelijk de aanzuighoogte daarom met jouw eigen opstelling, inclusief de leiding.

Past aanzuigen niet bij de bron? Dan kan een geschikte onderwaterdrukpomp een andere richting zijn. Controleer daarbij ook de opening, onderdompelingsvoorwaarden en bereikbaarheid. Zorg dat je de pomp later ook veilig kunt onderhouden en uit de put kunt halen.

Afbeelding nog toe te voegen: beslisboom met de routes afvoeren, beregenen en automatisch water leveren. Laat bij iedere route zien welke bron- en watergegevens je eerst controleert. Doel: voorkomen dat alleen de naam ‘dompelpomp’ de keuze bepaalt.

Hoeveel water heb je bij welke druk nodig?

Zoek in de gegevens van je sproeier of andere gebruiker hoeveel water die nodig heeft en bij welke druk. Tel alleen de onderdelen op die tegelijk moeten werken. Daarmee bepaal je de gevraagde hoeveelheid, ook wel het debiet. Voor de pompkeuze moet je die hoeveelheid altijd samen met de benodigde druk bekijken.

Kijk daarom verder dan de 2 grootste cijfers op een productkaart. De maximale opbrengst en maximale opvoerhoogte betekenen niet dat de pomp beide tegelijk haalt. Je zoekt in de pompcurve hoeveel water hij bij jouw benodigde opvoerhoogte kan leveren. Daarin tellen ook hoogteverschil en weerstand van slangen, leidingen en koppelingen mee. In de gids over capaciteit en opvoerhoogte werken we dat verder uit.

2 sproeiers tegelijk of om de beurt

Stel dat iedere sproeier in een voorbeeld 12 liter per minuut bij 2 bar nodig heeft. Dat zijn aangenomen eisen, geen standaardwaarden voor alle sproeiers. Dan maakt de manier van gebruiken dit verschil:

Rekenvoorbeeld: dezelfde 2 sproeiers anders gebruiken
GebruikBenodigde hoeveelheid tijdens gebruikDruk aan een actieve sproeier
Tegelijk24 liter per minuut, dus 1.440 liter per uur.2 bar.
Om de beurt12 liter per minuut, dus 720 liter per uur per zone.Nog steeds 2 bar.

Met zones halveer je hier de hoeveelheid die tegelijk nodig is. De druk die de actieve sproeier vraagt, halveert niet. Ook de hoogte en leidingverliezen moet je nog meenemen. Een pomp die 720 liter per uur haalt zonder tegendruk, kan bij de benodigde druk alsnog tekortschieten.

Zones kunnen daardoor helpen als de beschikbare bron of pomp beide sproeiers niet tegelijk kan voeden. Je moet dan langer achter elkaar sproeien om beide zones te bedienen. Uit deze berekening volgt geen energiebesparing en ook nog geen geschikt pompmodel.

Wil je de pomp zelf bedienen of automatisch laten werken?

Voor af en toe water overpompen kan handmatig starten voldoende zijn. Moet een put vanzelf leeg blijven, dan is reageren op het waterniveau belangrijk. Wil je juist water zodra je een kraan opendraait? Dan zoek je een passende regeling op waterafname. Dat zijn verschillende manieren van schakelen.

Controleer niet alleen óf een pomp automatisch werkt, maar ook wanneer hij start en stopt. Heeft een vlotter genoeg vrije ruimte? Past de stopstand bij het water dat mag achterblijven? Vraag daarnaast apart naar droogloopbeveiliging. Automatisch schakelen betekent niet bij iedere uitvoering dat watertekort wordt herkend. Kijk ook hoe de pomp weer start als er opnieuw water is.

Vergelijk de complete opstelling

Neem de slangen en aansluitingen meteen mee. De lengte, binnendiameter en bochten beïnvloeden hoeveel water er aankomt. Een slang die op de aansluiting past, kan voor de gewenste hoeveelheid te veel weerstand geven. Aan de aanzuigkant moet de slang bovendien geschikt zijn voor onderdruk. Kijk daarvoor naar de slangsoort, niet alleen naar de aansluitmaat.

Bekijk bij een set wat werkelijk is inbegrepen. Denk aan een geschikte slang, filter, klep, koppelingen en eventuele regeling. Welke daarvan nodig zijn, hangt af van de pomp en toepassing. De gids over slangen en koppelingen helpt de twee kanten van een installatie uit elkaar te houden.

Een kleine pomp of een laag wattage hoeft geen nadeel te zijn, zolang de pomp de benodigde taak goed uitvoert. Maar weinig watt is op zichzelf geen bewijs van een lager verbruik voor dezelfde hoeveelheid geleverd water. Ook de draaitijd en de prestatie bij jouw werkpunt tellen mee. Vergelijk daarom de complete oplossing, niet alleen motorvermogen of de prijs van een losse pomp.

Laat een vaste elektrische aansluiting en een eventuele koppeling met een huishoudelijk watersysteem door een deskundige beoordelen. Die controleert de geschikte uitvoering, beveiliging en aansluitwijze. Verbind een regen- of bronwatersysteem niet zelf met het drinkwaternet op basis van deze keuzehulp. Werk nooit aan elektrische aansluitingen vanuit het water. Voor plaatsing en werkzaamheden blijven de veiligheidsinstructies van de exacte uitvoering gelden.

Met deze gegevens kun je gericht kiezen

Schrijf je opstelling op voordat je modellen vergelijkt:

  1. Wat wil je doen, met welk water en uit welke bron?
  2. Hoe laag staat het water tijdens het pompen en welke route moet het afleggen?
  3. Hoeveel liter moet er tegelijk aankomen, en bij welke druk?
  4. Welke slangen, aansluitingen en bediening horen daarbij?

Met die gegevens kan een leverancier of installateur nagaan of een pomp jouw klus aankan. Vraag daarbij om de opbrengst bij jouw benodigde druk, niet alleen om het grootste getal op de doos. Levert de bron te weinig water, dan lost een grotere pomp dat niet vanzelf op. Een andere indeling in zones, minder gelijktijdig gebruik of een aangepaste opstelling kan dan zinvoller zijn.

Bronnen

Lees hoe Waterpompwijzer bronnen en productverwijzingen gebruikt.

Terug naar boven ↑